Press "Enter" to skip to content

Bellingcat’s conceptbrief debakel

Bellingcat besmeurt OPCW-klokkenluider en journalisten met valse brief en belachelijke beweringen

AARON MATÉ
Vertaling van Engels origineel

Bellingcat beweerde een brief aan het licht te hebben gebracht die de OPCW-inspecteurs en de journalisten die de censuur van een chemische wapenonderzoek in Syrië aanvechten, weerlegt. Maar naast een van de vele onwaarheden was Bellingcat’s “brief” in feite slechts een concept dat nooit is verstuurd – en legt dit alleen de doofpotaffaire verder bloot.
Bellingcat, de door NAVO-lidstaten gefinancierde website, heeft deelgenomen aan propaganda-inspanningen om Syrië te beschuldigen van een chemische wapenaanval in april 2018 en geholpen het daaropvolgende bombardement onder leiding van de VS te rechtvaardigen. Nu heeft het een nieuwe onterechte aanval op een OPCW-klokkenluider gepubliceerd, waarvan de onder de pet gehouden bevindingen het pro-oorlogse bedrog blootlegden.

Volgens Bellingcat bewijst een lek dat het heeft verkregen niet alleen “dat er een chemische aanval heeft plaatsgevonden” in de Syrische stad Douma in april 2018, maar ook “dat elke notie van een doofpotaffaire bij de OPCW vals is”.

In tegenstelling tot Bellingcat’s bewering heeft de website alleen een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan het doofpotschandaal bij de OPCW door een artikel te publiceren met meerdere aantoonbare onwaarheden en bizarre of ongefundeerde beweringen. Het bevat ook een kwaadwillige poging om een veteraan, een hooggewaardeerde OPCW-inspecteur die de censuur van het onderzoek van zijn team uitdaagde, te doxen en in diskrediet te brengen.

De anonieme auteur van het Bellingcat-artikel begint met zijn eigenlijke aanname, die een schaamteloze leugen blijkt te zijn. Het artikel is gebaseerd op uittreksels van een uitgelekte conceptbrief die, volgens Bellingcat, in juni 2019 door OPCW-directeur-generaal Fernando Arias naar Brendan Whelan, een lid van het Douma-team van de OPCW, werd gestuurd.

The Grayzone onhult echter dat de tekst die Bellingcat publiceerde nooit daadwerkelijk naar Whelan is gestuurd. De tekst van de brief van Bellingcat was namelijk een concept dat Whelan nooit heeft ontvangen omdat het nooit verstuurd is. Dit feit ontmantelt de kern van het argument van de door de NAVO gesteunde website.

Dr. Whelan, een OPCW-veteraan met 16 dienstjaren, betwistte voor het eerst in juni 2018 de censuur van het onderzoek van zijn team, weken nadat het OPCW-team uit Syrië was teruggekeerd. Een reeks van lekken toont aan dat Whelan en de andere OPCW-inspecteurs die in Syrië werden ingezet bewijsmateriaal vonden dat beweringen van een chemische aanval in Douma ondermijnde. Toch werden hun gegevens onderdrukt, en toen de censuur ter discussie werd gesteld, werden de inspecteurs uit hun eigen onderzoek verwijderd.

De doofpotaffaire viel samen met de druk op de OPCW door de Amerikaanse regering, die in april 2018 samen met het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk Syrië had gebombardeerd onder het voorwendsel dat de Syrische regering schuldig was. In het eindverslag van de OPCW van maart 2019 werden de onderdrukte bevindingen achterwege gelaten en werd met kracht geïmpliceerd dat de Syrische regering schuldig was.

Volgens Bellingcat is de vermeende brief van directeur-generaal Arias aan Whelan een zilveren kogel die de eerste bevindingen bevestigt en alle vragen rond het Douma-onderzoek in één klap oplost. De brief “bewijst dat er een chemische aanval heeft plaatsgevonden”, beweert Bellingcat, en toont ook “aan dat elk idee van een doofpotaffaire bij de OPCW vals is en bevestigt dat dat de organisatie exact volgens haar volmacht heeft gehandeld”.

Bovendien oppert Bellingcat de suggestie dat Whelan, Wikileaks, en verschillende mediakanalen met inbegrip van The Grayzone op de een of andere manier bezig zijn geweest met roekeloos wangedrag, of zelfs een samenzwering, door het achterhouden van de beschuldigende brief die de groep van NAVO staat-gefinancierde digitale sherlocks hebben weten te ontmaskeren.

Dat zou een buitengewone prestatie zijn voor elke reeks van lekken, laat staan voor een lek dat neerkomt op een totaal van slechts vijf paragrafen. Maar Bellingcat’s ingrijpende verklaringen zijn in werkelijkheid gebaseerd op een reeks onwaarheden – te beginnen met de premisse van het artikel zelf.

Bellingcat’s “brief” is eigenlijk een niet-verzonden concept

Volgens Bellingcat werd de brief “opgesteld door verschillende leden van de OPCW in juni 2019 en vervolgens verzonden door de directeur-generaal van de organisatie, Fernando Arias, als antwoord op” Dr. Whelan.

Bellingcat’s onjuiste bewering over brief. Bellingcat beweert ten onrechte dat de directeur-generaal van de OCPW zijn concept-brief naar Whelan stuurde, en insinueert dat Wikileaks een brief kan hebben achtergehouden die het onmogelijk kon hebben ontvangen.

Deze bewering is geheel onjuist. Arias stuurde een brief naar Whelan in juni 2019, maar het is niet de brief die Bellingcat publiceerde. De eigenlijke brief van Arias komt met niets, met geen enkele zin overeen met de tekst van Bellingcat. De Grayzone publiceert hier de eigenlijke brief van Arias aan Whelan.

De echte brief van de OPCW Directeur Generaal Fernando Arias aan OPCW inspecteur Brendan Whelan in Juni 2019.

De echte brief die Arias naar Whelan stuurde is gemakkelijk te onderscheiden van de brief die Bellingcat als een schermafbeelding publiceerde, en waarvan Bellingcat ten onrechte beweerde dat die door Arias was verzonden.

Bellingcat heeft zijn concept-brief niet volledig gepubliceerd. In een e-mail, en in meerdere Twitter berichten nadat deze e-mail onbeantwoord was gebleven, vroeg The Grayzone aan Bellingcat of het met de OPCW heeft geprobeerd na te gaan of de inhoud van de door Bellingcat gepubliceerde brief daadwerkelijk door Arias aan Whelan was verzonden. Bellingcat reageerde niet (Wel heeft het in stilte een fout gecorrigeerd die The Grayzone aan de orde stelde in een afzonderlijke claim die een misrepresentatie was van de door Whelan geuite meningen). Ook het bureau van de OPCW Public Affairs heeft niet gereageerd op herhaalde verzoeken om commentaar.

Ironisch genoeg gingen medewerkers van Bellingcat, na de eerste publicatie van haar artikel, op Twitter met veel poeha verkondigen dat journalisten die verslag hebben gedaan van de OPCW-lekken, ofwel “bespeeld” werden door hun bronnen, of, erger nog, bewust ervoor kozen om de vermeend belastende OPCW concept-brief die Bellingcat in handen had gekregen, uit de publiciteit te houden.

“Het antwoord van OPCW’s DG (Directeur-Generaal) is nooit gepubliceerd: ofwel Whelan heeft het nooit gelekt, ofwel degenen die deze lekken hebben gepubliceerd, zoals @wikileaks, hebben ervoor gekozen dat niet te doen”, schreef Bellingcat. “In beide gevallen liet deze beslissing bewust een vitaal deel van het verhaal weg, dat duidelijk aantoont dat Whelan’s beweringen fout waren.”

“Deze brief laat zien dat er een duidelijke poging was om de waarheid te verdoezelen van wat er in Douma gebeurde op 7 april 2018. De enige vraag die overblijft is of @wikileaks, @couragefound, @ClarkeMicah, @aaronjmate en anderen, voor de gek werden gehouden, of dat ze meewerkten aan het verdoezelen van deze waarheid,” voegde Bellingcat eraan toe.

,,Aaron Mate van @TheGrayzoneNews bevestigt dat hij een essentiële e-mailuitwisseling NIET had ontvangen van zijn bron, voor de Douma OPCW-lekken, die volledig de beweringen zouden hebben ontmaskerd die hij de laatste twee jaar, zelfs sprekend daarover bij de V.N. heeft gemaakt,” schreef Bellingcat-oprichter Eliot Higgins in een tweet die hij aan zijn profielpagina vastpinde. De journalisten van Grayzone, beweerde Higgins, “slagen er simpelweg niet in om essentiële stukken van correspondentie te publiceren die tegen het verhaal ingaan dat zij proberen erdoor te drukken.”

 

“De mensen en organisaties die in het stuk worden genoemd, Peter Hitchens, Aaron Mate, Robert Fisk, Wikileaks, de Courage Foundation en anderen, zijn betrapt op het beoefenen van ‘journalistiek’ van de meest slordige soort, of het deelnemen aan een doofpotaffaire van een chemische aanval,” schreef Bellingcat’s Nick Waters. “Meneer Maté werd bespeeld door zijn bron omdat hij niet de benodigde zorgvuldigheid in acht nam,” voegde Waters eraan toe.

Dus we kennen het antwoord van één. Meneer Maté werd bespeeld door zijn bron omdat hij niet de benodigde zorgvuldigheid in acht nam. pic.twitter.com/meWkflM16l

– Nick Waters (@N_Waters89) 26 oktober 2020

Uiteindelijk heeft de poging van de Bellingcat-medewerkers om de spot te drijven op gênante wijze een averechts effect gehad. De website beweerde ten onrechte dat de door haar gepubliceerde brief naar Whelan was gestuurd, en probeerde vervolgens Whelan en journalisten, op basis van die valse veronderstelling, uit te schelden. Het Bellingcat-artikel merkt op dat de gepubliceerde tekst gebaseerd is op een “conceptversie van een brief”. Bellingcat geloofde ten onrechte dat het “concept” dat het had bemachtigd, daadwerkelijk was verzonden.

Met andere woorden, Bellingcat werd ofwel bespeeld door haar bron, of was niet zorgvuldig, of beide.

Een nieuwe poging om de doofpotaffaire in de doofpot te stoppen

Het feit dat Arias niet daadwerkelijk Whelan de concepttekst heeft gestuurd die Bellingcat publiceerde, kan verschillende oorzaken hebben. Gezien het feit dat de tekst wel is opgesteld maar nooit is verstuurd, is één daarvan, dat Arias’ kantoor geen vertrouwen had in de beweringen van de concepttekst over het Douma-onderzoek.

Hoewel de directeur-generaal had besloten de tekst niet naar Whelan te sturen, kan in ieder geval worden aangenomen dat de tekst de steun heeft van de “diverse leden van de OPCW” die volgens Bellingcat de tekst hebben opgesteld, samen met de “OPCW-wetenschappers” die de “input” hebben geleverd.

Hoe dan ook, de concepttekst ondersteunt geenszins de flinke conclusies die Bellingcat er uit trekt.

Volgens Bellingcat bewijst de tekst “dat er een chemische aanval heeft plaatsgevonden” in Douma en “toont het ook aan dat elk idee van een doofpotaffaire bij de OPCW onterecht is, en bevestigt het, dat de organisatie exact volgens haar volmacht heeft gehandeld”. Zelfs als alle nieuwe beweringen in de concepttekst op de een of andere manier correct waren, konden ze een dergelijke ingrijpende interpretatie onmogelijk ondersteunen.

Wat de doofpotaffaire betreft, gaat de concepttekst van Bellingcat op geen enkele zorg die de inspecteurs hebben geuit over de manipulatie van hun onderzoek in, laat staan dat zij deze in twijfel trekken.

Volgens de inspecteurs, en zoals gedocumenteerd in de lekken van de OPCW, is het eerste rapport van het Douma-team verminkt en voor het publiek verborgen gehouden; het belangrijkste bewijsmateriaal is onderdrukt; de belangrijkste conclusies zijn herschreven om te suggereren dat Syrië zich schuldig heeft gemaakt aan een aanval; een VS-delegatie heeft geprobeerd hen te beïnvloeden; en – nadat de censuur onder protest kwam – zijn alle leden van de Fact-Finding Mission (FFM) die het onderzoek in Syrië hebben uitgevoerd (op één paramedicus na) buitenspel gezet en vervangen door een zogenaamd “kernteam”.

Het Bellingcat-concept van de brief gaat op geen enkele van deze onthullingen in. Het is dan onlogisch dat Bellingcat beweert dat de concepttekst “aantoont dat elk idee van een doofpotaffaire bij de OPCW vals is en bevestigt dat de organisatie precies zo heeft gehandeld als haar was opgedragen”. De concepttekst is niet alleen nooit verzonden, maar gaat ook op géén enkele bewering in over de vele manieren waarop het onderzoek is gecompromitteerd.

Whelan schetste zijn bezorgdheid over het compromis van zijn onderzoek en de tekortkomingen in het eindverslag van de OPCW in twee brieven die in maart en april 2019 werden verstuurd. Het waren deze brieven waar de eigenlijke brief van Arias aan Whelan op reageerde. De brieven van Whelan zijn vrijwel identiek, met uitzondering van de brief van april, die enige informatie bevatte die geen verband hield met wetenschappelijke bezwaren. De Grayzone publiceert Whelan’s brief van april 2019 als eerste. Deze kan hier worden geraadpleegd.

Een vergelijking van de reactie van de OPCW op Whelan – zowel in de brief die Arias daadwerkelijk naar Whelan stuurde als in de concepttekst die Bellingcat ten onrechte beweerde dat Arias naar Whelan stuurde – laat zien dat geen van Whelan’s zorgen over de manipulatie van zijn onderzoek zijn weggenomen.

Een wanhopige doxing

Het concept van Bellingcat voegt alleen maar gewicht toe aan beschuldigingen van een officiële doofpotaffaire. Sterker nog, de kwaadaardige tactiek ingezet door een site opgericht door een zelfbeschreven videogamexpert die dol is op het uiten van onzedelijke beledigingen aan critici, weerspiegelt een toenemend gevoel van wanhoop.

In een expliciete en opzettelijke schending van de privacy en vertrouwelijkheid van Whelan heeft Bellingcat niet alleen zijn naam openbaar gemaakt, maar hem ook geïdentificeerd als “Alex”, de klokkenluider die zijn zorgen over de doofpotaffaire privé deelde met een panel dat in oktober 2019 door de Courage Foundation werd bijeengeroepen.

Tijdens zijn ambtstermijn werd Whelan beschouwd als de topdeskundige van de OPCW op het gebied van chemische wapens. Hij speelde zo’n hoge rol in het Douma-onderzoek dat hij de wetenschappelijke component van het onderzoek leidde en de auteur was van het eerste rapport. In een presentatie aan de Global Partnership Against the Spread of Weapons of Mass Destruction bij de OPCW kort na terugkeer uit Syrië, was het Whelan – niet de nominale Douma-teamleider – die de lidstaten informeerde over de missie, kan The Grayzone onthullen.

Bellingcat heeft niet alleen de privacy van Whelan geschonden door zijn naam te publiceren, maar heeft ook een aantoonbaar valse beschuldiging geuit dat hij mogelijk “bewijs” heeft achtergehouden. Zoals dit artikel laat zien, heeft Whelan nooit de conceptbrieftekst ontvangen die Bellingcat publiceerde.

Gezien het feit dat Bellingcat’s bron duidelijk iemand was die toegang had tot concept-brieven van de OPCW, is het eerlijk om te concluderen dat een ambtenaar van binnen de organisatie Bellingcat heeft gebruikt als een PR-instrument om Whelan te belasteren en andere OPCW-inspecteurs te intimideren.

Vindicatie van de dissidente inspecteur en verdere ontkrachting van het eindrapport

Hoewel de door Bellingcat gepubliceerde concepttekst niet ingaat op de doofpotaffaire van de OPCW, gaat zij wel in op enkele wetenschappelijke bezwaren die Whelan heeft geuit over het eindverslag van de Douma-sonde – zij het in het kort, in slechts drie paragrafen.

Op basis hiervan kwam Bellingcat tot de lachwekkende conclusie dat dit korte uittreksel van een niet-verzonden conceptbrief “bewijst dat er een chemische aanval heeft plaatsgevonden” en “vaststelt dat er een chemisch wapen is gebruikt”.

Het is een schandelijke bewering om een aantal redenen. Ten eerste, de niet-verzonden conceptbrieftekst richtte zich slechts op een fractie van de wetenschappelijke bezwaren van de inspecteurs die het oneens waren. Ten tweede, als het bewijs van een chemische aanval bestond, zou het niet voor het eerst zijn verschenen in een niet-verzonden conceptbrief van de directeur-generaal aan een inspecteur met een afwijkende mening, en maanden na het uitbrengen van het eindrapport. Het zou of had moeten worden gedocumenteerd in het eindrapport zelf – en dat was het feitelijk niet.

Bovendien bevatten de wetenschappelijke beweringen in de conceptbrief een onlogische en onsamenhangende redenering.

Volgens de concept-tekst heeft een door de OPCW aangewezen laboratorium, nadat Whelan de OPCW in september 2018 voorgoed had verlaten, “technieken ontwikkeld waarmee de OPCW kon concluderen dat er chloorgas was vrijgekomen in het gebouw waarin de Syrische burgers zijn gestorven”.

Hoewel er geen details worden gegeven over de inhoud van deze vermeende nieuwe technieken, wordt in de brief beweerd dat ze gebaseerd zijn op het opsporen van zogenaamde “gechloreerde pinene verbindingen waarvan is aangetoond dat ze zich vormen in bepaalde houtsoorten die aan chloorgas zijn blootgesteld”. Het resultaat was dat “de analyse door dit laboratorium van houtmonsters uit Douma aantoonde dat het hout inderdaad aan chloorgas was blootgesteld”. (schijnschrift toegevoegd)

Wat dit argument zo verwarrend en absurd maakt, is dat er geen houtmonsters zijn geanalyseerd nadat Whelan de OPCW had verlaten – of trouwens, nadat het tussentijds rapport in juli 2018 was gepubliceerd. (Dit kan worden geverifieerd, voor iedereen die dit wil controleren, door bijlage 3 van het tussentijds verslag te vergelijken met bijlage 5 van het eindverslag, respectievelijk de vermeldingen 6,8, 9, 12,18 en 7,12, 14, 22 en 30).

Ongeacht of er na het vertrek van Whelan een nieuwe techniek is ontwikkeld, is deze dus nooit gebruikt om nog meer houtmonsters te analyseren en kan deze sinds het tussentijds verslag niets nieuws aan het bewijsmateriaal hebben toegevoegd.

In werkelijkheid was er al in mei 2018, toen de OPCW de eerste partij analyseresultaten ontving, een techniek ontwikkeld voor het opsporen van gechloreerde pinene verbindingen (met name bornylchloride) in hout, en voordat Whelan op een zijspoor werd gezet. Het oorspronkelijke onder de pet gehouden rapport dat Whelan schreef, en het gepubliceerde Initial Report van juli 2018 tonen dit aan. De rapporten tonen ook aan dat bornylchloride werd gedetecteerd in een houtmonster uit de kelder van Locatie 2 (een appartement waar een van de gascilinders werd gevonden, en waar stapels dode lichamen werden gefilmd) door een van de Designated Labs (bron: Oorspronkelijk onderdrukt verslag, bijlage 5, punt 8; tussentijds verslag, bijlage 3, punt 8).

In geen van beide rapporten wordt de aanwezigheid van gechloreerd pineen (bornylchloride) beschouwd als een duidelijke indicator voor de blootstelling van het hout aan chloorgas. Volgens het oorspronkelijke verslag geeft het alleen aan dat het hout is blootgesteld aan waterstofchloride, dat uit chloorgas, maar ook uit andere goedaardige bronnen kan komen.

In het eindrapport werd geen aandacht besteed aan alternatieve mogelijke bronnen van waterstofchloride, afgezien van chloorgas. Het niet in overweging nemen van alternatieve hypothesen is een van de vele zorgen die Whelan’s brief aan Arias over wetenschappelijk gebrekkige, zo niet frauduleuze, methoden aan de orde stelde in het eindrapport. Het is ook precies de reden dat in het oorspronkelijke verslag staat dat: “De exacte identiteit van de actieve chloorhoudende verbinding werd niet vastgesteld,” en waarom het gepubliceerde tussentijds rapport concludeert dat het werk om het belang van het vinden van verschillende gechloreerde chemicaliën op Locaties 2 en 4 “aan de gang is.”

In feite erkende het eindrapport ook de onzekerheid over waar de houtmonsters aan werden blootgesteld: “Op basis van deze bevindingen alleen kan niet ondubbelzinnig worden gesteld dat het hout werd blootgesteld aan chloorgas, in plaats van aan waterstofchloride of zoutzuur.” (paragraaf 8.10) Dit is niet in overeenstemming met de bewering in de concepttekst van Bellingcat dat “uit de houtmonsters uit Douma bleek dat het hout inderdaad aan chloorgas was blootgesteld”.

De Grayzone kan ook onthullen dat Whelan, ondanks het feit dat hij buiten het onderzoek is gehouden, na de publicatie van het tussentijds rapport nog meer werk heeft verricht aan de bron van de gechloreerde chemicaliën.

Whelan heeft zijn bevindingen in juli 2018 tijdens een open presentatie aan de OPCW-inspectie en het Verificatiepersoneel, waaronder de directeur van de inspectie, gerapporteerd. In zijn presentatie toonde Whelan aan dat gechloreerde verbindingen die in de Douma-monsters worden aangetroffen, vaak in het milieu aanwezig zijn in media zoals gechloreerd water en houtconserveringsmiddelen. Een van de belangrijkste chemische stoffen, trichloorfenol, die als een “smoking gun” werd beschouwd en die in sommige houtmonsters was aangetroffen, bleek nu een veelvoorkomende chemische stof te zijn die wordt aangetroffen in producten zoals houtconserveringsmiddelen.

Het FFM “kern” team negeerde deze informatie en bleef beweren dat het een “kenmerkende” chemische stof was in hun eindrapport. “De aanwezigheid van chloor-reactieve soorten is voornamelijk gebaseerd op de detectie van bornylchloride en/of trichloorfenol”, aldus het eindrapport. (paragraaf 8.9) Whelan protesteerde hiertegen in zijn brief aan de directeur-generaal in april 2019.

Opmerkelijk is dat de door Bellingcat gepubliceerde concepttekst erkent dat Whelan’s bezwaar juist was. In concepttekst staat: “Uw brief verwijst verder naar 2,4,6-trichloorfenol als zijnde ten onrechte gebruikt als indicator voor de blootstelling aan chloor, en u wijst er terecht op dat deze chemische stof aanwezig kan zijn om verschillende redenen die geen blootstelling aan chloorgas vereisen”. Ervan uitgaande dat de directeur-generaal van de OPCW achter deze niet-verzonden claim staat, heeft de OPCW nu een van Whelan’s bezwaren tegen het eindrapport toegegeven.

Bellingcat’s concept-tekst van de OPCW bevat nog een andere veelzeggende verklaring. In zijn brief van april 2019 wees Whelan erop dat “er geen achtergrondmonsters zijn geanalyseerd om de detectie van de chloorhoudende verbindingen in de juiste context te plaatsen”. De concept-tekst probeert Whelan’s opmerking te neutraliseren door te stellen: “Of er nu wel of niet achtergrondmonsters zijn geanalyseerd, heeft geen invloed op dit zeer duidelijke bewijs.

Deze verbazingwekkende bewering is gebaseerd op de valse veronderstelling dat er in Douma geen gechloreerde organische chemicaliën op de achtergrond aanwezig waren. Dit ondanks de expliciete erkenning in het eindrapport zelf dat, omdat er veel gechloreerde organische chemicaliën op de natuurlijke achtergrond bestonden, “het belangrijk was om controlemonsters te verzamelen”. (Bijlage 4, paragraaf 7) Als het zo belangrijk was om controlemonsters te verzamelen, waarom zou men dan niet de moeite nemen om deze te analyseren?

Een denkbeeldige Syrisch-Russische bekentenis

Na een verkeerde interpretatie van de concepttekst en een ingrijpende interpretatie zonder enige wetenschappelijke (of rationele) toetsing, kwam Bellingcat tot een al even absurde conclusie. Volgens Bellingcat blijkt uit hun OPCW-lek “ook dat de Russische en de Syrische regering op diplomatiek niveau achter gesloten deuren hebben ingestemd met de conclusies van het OPCW-rapport”.

Het is de moeite waard om de implicaties van deze verklaring in overweging te nemen. Is Bellingcat – die de ontkenning van de schuld van de Syrische regering in Douma door Rusland en Syrië krachtig heeft aangevochten – nu daadwerkelijk van mening dat diezelfde regeringen zich in het geheim schuldig hebben gemaakt aan een moordzuchtige chemische aanval? Waarom heeft dan niemand deze schokkende schuldbekentenis onthuld in de meer dan twee jaar dat de vermeende Douma-aanval in het openbaar is uitgevochten?

Om deze bizarre bewering te staven, deelde Bellingcat de laatste twee van de vijf concept-paragrafen die hij kreeg. In de concepttekst – geschreven uit naam van Arias, maar nooit door hem naar Whelan gestuurd – stond:

 Ik wil er verder op wijzen dat de conclusie van het definitieve Douma-verslag niet ter discussie staat. Geen enkele staat die partij is heeft de conclusie in twijfel getrokken dat er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat er in Douma een giftige chemische stof als wapen is gebruikt.

Dit geldt ook voor de Arabische Republiek Syrië en de Russische Federatie, die ons de afgelopen weken elk opmerkingen en vragen over het definitieve Douma-verslag hebben gestuurd in notes verbale waarin ze zelf hebben aangegeven dat ze het eens zijn met de conclusie van het definitieve verslag. Deze notes verbale en onze antwoorden daarop zijn ter beschikking gesteld van de verdragsluitende staten.

Door zichzelf ervan te overtuigen dat deze vage, niet-verzonden tekst op de een of andere manier een schuldbekentenis van Rusland en Syrië bewijst, heeft Bellingcat ook niet begrepen dat de standpunten van beide regeringen niet beperkt zijn gebleven tot “een diplomatiek niveau achter gesloten deuren”, maar in plaats daarvan openbaar zijn gemaakt in de notes verbale (een formele diplomatieke mededeling) waarnaar in de concepttekst wordt verwezen, en dat iedereen er toegang toe heeft.

De notes verbale van Rusland en Syrië, die beschikbaar zijn op de website van de OPCW, betwisten niet de bewering dat er mogelijk sprake is van de aanwezigheid van moleculair chloor in de cilinders die in Douma zijn gevonden. Maar de documenten werpen ook een aantal andere bezwaren op, onder meer tegen een punt dat Bellingcat meent dat Rusland heeft toegegeven. Volgens de verbale nota vertelde Rusland de OPCW dat “het feitenmateriaal in het rapport ons niet in staat stelt een conclusie te trekken over het gebruik van een giftige chemische stof als wapen”.

Stel bovendien dat Rusland en Syrië in Bellingcat’s fantasiewereld zichzelf plotseling schuldig hebben verklaard aan een chemische aanval in Douma: wat zou dat te maken hebben met beweringen van de inspecteurs dat hun beschuldiging in de doofpot is gestopt? De inspecteurs schreven hun eerste rapport en protesteerden tegen de censuur ervan, ruim voor de mondelinge aantekeningen en een niet-verzonden conceptbrief die Bellingcat belachelijk genoeg als schuldbekentenis van de Russische en Syrische regering heeft gesponnen.

In de overtuiging dat ze Rusland en Syrië hebben betrapt op het bekennen van een misdaad, suggereerde Bellingcat vervolgens dat hun denkbeeldige bekentenissen twijfels deden rijzen over een recente zitting van de VN-Veiligheidsraad waar deze verslaggever getuigde. De twee hierboven aangehaalde ontwerpparagrafen, verklaart Bellingcat, “kenmerken het gebeuren bij de V.N. waar [Aaron] Mate sprak, als een public relations-klucht, bedacht door de Russen als een exercitie in desinformatie”.

Met een duizelingwekkende reeks van fouten in slechts een enkel artikel – beginnend met een valse premisse en culminerend in een waanvoorstelling dat Syrië en Rusland geheime schuldbekentenissen hebben uitgegeven – is het de NAVO-staat gefinancierde uitlaat Bellingcat die een van zijn grootste desinformatie-oefeningen tot nu toe heeft begaan.

“Bellingcat was enigszins in diskrediet gebracht”

Dat Bellingcat onwaarheden en ongefundeerde, bizarre beweringen publiceerde is niet uit de lucht gegrepen. Hoewel het zich voorstelt als een “open-source” onderzoekswebsite, is Bellingcat in feite een door de westerse overheid gesteunde outfit die vaak feitelijk betwiste artikelen publiceert over aangewezen NAVO-tegenstanders, waaronder Rusland en Syrië.

Bellingcat’s financiële sponsors zijn onder andere de National Endowment for Democracy, een Amerikaanse overheidsorganisatie die is opgericht door Ronald Reagan’s CIA-chef, Bill Casey. (“Veel van wat we vandaag doen is vijfentwintig jaar geleden heimelijk gedaan door de CIA,” vertelde de eerste directeur van de NED, Allen Weinstein, aan de Washington Post in 1991). Het is onduidelijk hoeveel geld Bellingcat heeft ontvangen van de NED, aangezien beide organisaties weigeren het te onthullen. Bellingcat neemt een nog veel groter bedrag op van andere westerse overheden en gerelateerde instanties waaronder de Nederlandse Postcodeloterij. Bellingcat beschrijft zichzelf als partner in het Open Information Partnership (OIP), een programma van het Foreign and Commonwealth Office van de Britse overheid, FCO. Het is onduidelijk wat dit partnerschap inhoudt, en of er sprake is van financiering.

Zelfs Bellingcat’s eigen partners hebben privé twijfels geuit over de geloofwaardigheid ervan. Een uitgelekt document van het Integrity Initiative, een inlichtingenoperatie die ook onder de paraplu van het FCO valt, concludeerde dat: “Bellingcat was enigszins in diskrediet gebracht, zowel door het verspreiden van desinformatie zelf, als door de bereidheid om rapporten te produceren voor iedereen die bereid is om te betalen.”

Bellingcat-oprichter Eliot Higgins is ook betrapt op een mogelijke leugen over een ander partnerschap met de OPCW zelf. Vanaf ten minste september 2019 beweerde Bellingcat op zijn website dat de OPCW een van zijn “partners” was. Maar in februari 2020 kondigde Higgins op Twitter plotseling aan dat Bellingcat’s bewering van een OPCW-partnerschap verkeerd was, en het resultaat van een “copy & paste”-fout. Bellingcat, beweerde Higgins, had ten onrechte “de lijst met namen uit een ander document gekopieerd en geplakt en wilde het niet laten staan… We hebben niet samengewerkt met de OPCW, excuses voor de verwarring, totaal mijn schuld.”

Maar toen Bellingcat de “gecorrigeerde” lijst publiceerde, ontbrak er nu maar één organisatie: de OPCW.

Higgins heeft nooit uitgelegd wat het veronderstelde “andere document” was, noch hoe het kon dat elke groep waarvan Bellingcat zei dat ze een “partner” was in september 2019 nog steeds een partner was in februari 2020 – met uitzondering van één organisatie, de OPCW. De “correctie” van Higgins gebeurde één dag nadat Bellingcat een aanval op de OPCW-klokkenluiders publiceerde door Whelan bij naam te noemen.

Nu heeft Bellingcat Whelan opnieuw aangevallen, met een door fouten geteisterd epistel dat zich alleen onderscheidt door de omvang van de onwaarheden en misplaatstheid.

AARON MATÉ

Aaron Maté is journalist en producent. Hij is gastheer van Pushback met Aaron Maté op The Grayzone. Hij is ook medewerker van The Nation magazine en voormalig gastheer/producent voor The Real News and Democracy Now! Aaron heeft ook gepresenteerd en geproduceerd voor Vice, AJ+ en Al Jazeera.

 

 

 

 

Be First to Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *